Conclusie A-G Ilsink 8 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2884
Met betrekking tot dit geschilpunt rijst de vraag onder welke omstandigheden een zodanig verband tussen de op grond van de Wbm geheven afvalstoffenbelasting en de eveneens volgens de Wbm voor diezelfde belasting geldende vrijstellingen, verminderingen en tegemoetkomingen aanwezig moet worden geacht, dat die belasting moet worden aangemerkt als steunmaatregel dan wel als een onlosmakelijk onderdeel van of als een (begin van) tot uitvoering brengen van steunmaatregelen. In de tekst van de Wbm is niet een directe relatie gelegd tussen de afvalstoffenbelasting en de financiering van bepaalde vrijstellingen, verminderingen en tegemoetkomingen in die belasting voor bepaalde belastingplichtigen en bepaalde afvalstoffen. De opbrengst van de afvalstoffenbelasting vloeit in de algemene middelen. Door de in de Wbm opgenomen vrijstellingen, verminderingen en tegemoetkomingen vloeit minder afvalstoffenbelasting in de algemene middelen dan wanneer die faciliteiten niet zouden bestaan. Wel staat vast dat een klein deel van de afvalstoffenbelasting (ƒ 0,70 per ton afvalstoffen) dient ter compensatie van de effecten van de in 3.1.3. vermelde teruggaveregelingen ("verfijningen"), die bij de Wijzigingswet zijn ingevoerd (zie de nadere conclusie van de Advocaat-Generaal, punten 6.3 en 6.4).
De uitspraak op rechtspraak.nl