Conclusie A-G Remmelink 22 april 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9315
Beklag, beslag op verzoek van buitenlandse autoriteiten op geldbedrag (Zweedse kronen) ex art. 46.1 Uitleveringswet onder klager. Verzoek tot betaling van rente over inmiddels teruggegeven geldbedrag. 1. Verzuim p-v op te maken van onderzoek in raadkamer, art. 25 Sv. 2. Heeft betrokkene aanspraak op rente over periode dat geldbedrag door justitie aan zijn beschikking is onttrokken? Ad 1. Ex art. 25.1 Sv moet van onderzoek in raadkamer door griffier p-v worden opgemaakt, behelzende zakelijke inhoud van afgelegde verklaringen en voorts hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Dit artikel bevat tevens voorschriften t.a.v. wijze waarop p-v behoort te worden ingericht, vastgesteld, ondertekend en bij processtukken wordt gevoegd. Aangezien p-v van onderzoek in raadkamer, dat heeft geleid tot bestreden beschikking, niet bij processtukken is aangetroffen, moet het ervoor worden gehouden dat opmaken daarvan is verzuimd. Dit verzuim heeft betrekking op wezenlijke vorm van procedure in raadkamer, zodat het nietigheid van onderzoek moet meebrengen, ook al is deze niet met zoveel woorden in wet bedreigd. Ad 2. Ingevolge op art. 116.2 en 117a Sv steunend Besluit inbeslaggenomen voorwerpen wordt inbeslaggenomen geld gesteld onder hoede van griffier als bewaarder; deze regeling is ook toepasselijk ingeval van inbeslagneming ex art. 46.1 Uitleveringswet, zulks ex art. 47.3 Uitleveringswet. Voormeld besluit bevat, afgezien van art. 5 t/m 8, geen bijzondere voorschriften omtrent wijze waarop geld moet worden bewaard; met name ontbreekt voorziening als vervat in art. 445 en 455 Rv. Uit art. 552a Sv jo. art. 10.3 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen volgt dat in recht van belanghebbenden om zich te beklagen over uitblijven van last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen is begrepen recht van beklag omtrent uitblijven van last tot afgifte van natuurlijke vruchten van inbeslaggenomen voorwerpen, tijdens beslag ontstaan. Er is geen reden anders te oordelen t.a.v. tijdens beslag verkregen burgerlijke vruchten. Uit voorgaande volgt dat indien op onder betrokkene inbeslaggenomen geldbedrag gedurende beslag in feite rente is gekweekt, last tot teruggave tevens die rente moet betreffen. Derhalve heeft Rb betrokkene ten onrechte n-o verklaard in zijn verzoek. Na verwijzing zal alsnog moeten worden onderzocht of tijdens beslag rente is gekweekt. Regeling van art. 552a e.v. Sv voorziet niet in mogelijkheid van toekenning van schadevergoeding a.g.v. inbeslagneming, daaronder begrepen wijze van bewaring. Volgt vernietiging en verwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl