Conclusie A-G Haak 5 februari 1980, ECLI:NL:PHR:1980:AB9449
OM-cassatie. Economische zaak. Vrijspraak vennootschap t.z.v. niet doen van aangifte op het moment dat in fabriek een gasammoniakuitbraak plaatsvindt, art. 42 jo. 92 Wet inzake Luchtverontreiniging. Betekenis bestanddeel “te duchten” a.b.i. art. 42 Wet inzake Luchtverontreiniging. Dreigde lucht door gasuitbraak zodanig te worden verontreinigd dat aanmerkelijk gevaar voor gezondheid te duchten was? Rb heeft haar ontkennende antwoord op deze vraag mede heeft gebaseerd op de door haar vastgestelde duur van gasuitbraak (circa 25 minuten). Nu Rb buiten beschouwing heeft gelaten of reeds t.t.v. optreden van in tll. bedoeld voorval de maximale tijdsduur van verhoogde ammoniakuitworp vaststond, moet reeds op die grond worden geoordeeld dat Rb bij haar beslissing is uitgegaan van onjuiste (met wet strijdige) opvatting van termen ‘’zodanig (...) dreigde te worden verontreinigd dat aanmerkelijk gevaar voor gezondheid en/of onduldbare hinder en/of ernstige schade te duchten was’’, die in tll. kennelijk zijn gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan overeenkomstige termen in art. 42 Wet inzake luchtverontreiniging. Blijkens bewoordingen van art. 42 Wet inzake de luchtverontreiniging, plaatsing ervan aan begin van Hoofdstuk V (‘’voorzieningen in geval van bijzondere omstandigheden’’) en Memorie van Toelichting bij desbetreffend wetsontwerp, strekt dit artikel er immers toe te verzekeren dat bij optreden van de in art. bedoelde dreiging ‘’onverwijld’’ de in art. bedoelde maatregelen worden genomen en dat van het voorgevallene en van genomen maatregelen ‘’terstond’’ aangifte wordt gedaan, een en ander teneinde bevoegde commissaris van Koningin in staat te stellen te beoordelen of er aanleiding is tot nemen van één van de in de daaropvolgende artikelen voorziene maatregelen. Deze strekking brengt mee dat er sprake is van de in art. bedoelde situatie, te weten dat ‘’lucht zodanig (...) dreigt te worden verontreinigd dat aanmerkelijk gevaar voor gezondheid en/of onduldbare hinder en/of ernstige schade te duchten is’’ zodra o.g.v. gegevens waarover meldingsplichtige beschikt t.t.v. optreden van het in art. bedoelde ‘’ongewoon voorval’’ in redelijkheid moet worden geoordeeld dat aanzienlijke kans bestaat dat ‘’ongewoon voorval’’ tot aanmerkelijk gevaar voor gezondheid en/of onduldbare hinder en/of ernstige schade opleverende luchtverontreiniging zal leiden. Door bij haar beslissing buiten beschouwing te laten vraag over welke gegevens ter beoordeling van omvang van dreiging verdachte beschikte t.t.v. optreden van het in tll. bedoelde voorval, heeft Rb mitsdien grondslag van tll. verlaten, zodat zij verdachte heeft vrijgesproken van iets anders dan was telastegelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl