Conclusie A-G Langemeijer 29 mei 1973, ECLI:NL:PHR:1973:AC5345
Huisman/Holleman. Beëindiging huurovereenkomst op grond van slechte bedrijfsvoering. Van een bedrijfsvoering die niet is zoals een goede huurder betaamt, kan ook sprake zijn indien de huurder met betrekking tot die bedrijfsvoering geen verwijt kan worden gemaakt. De strekking van art. 1631a lid 2 onder 2 BW oud (vgl. art. 7:296 lid 1 sub a BW nieuw) brengt mee dat de huurovereenkomst op grond van die bepaling niet voor verlenging in aanmerking komt indien een als winkel verhuurde ruimte in feite niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd en als gevolg daarvan de waarde van het verhuurde niet onaanzienlijk is verminderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl