Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 7 november 2003, ECLI:NL:ORBBNAA:2003:BU4321
Grondbelasting / Belastingjaar 1998 en 1999 Aanslag blijft in stand als de aanduiding van de in de aanslag begrepen onroerende goederen zodanig is dat de appellant kan en moet begrijpen op welke onroerende goederen de aanslag betrekking heeft. Appellante heeft onroerend goed vanuit civielrechtelijk oogpunt niet in bezit gehad. Fiscaalrechtelijke waardering van de feiten leidt tot het oordeel dat appellante zich als bezitter is gaan gedragen en het onroerende goed heeft gehouden alsof dit haar reeds toebehoorde. Deze situatie verschilt feitelijk zo weinig van die waarin appellante zich bevindt na de verkrijging van een erfpachtsrecht, dat doel en strekking van de wet zouden worden miskend als deze situaties niet gelijk zouden worden behandeld. Aanvang en einde verleende tax holiday. Interne compensatie. Aanslag wordt niet verminderd als de totale waarde van de onroerende goederen op het aanslag biljet niet te hoog is vastgesteld. Opgewekt vertrouwen kan niet ontleend worden aan de toelichting van de Inspecteur in een uitspraak op een bezwaarschrift indien deze niet voldoende specifiek is.
De uitspraak op rechtspraak.nl