Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 22 juni 2010, ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN4779
Hof stelt voorop dat een vordering tot ontruiming in kort geding alleen toewijsbaar is als er een spoedeisend belang bij de vordering bestaat en aannemelijk is dat de rechter in de bodemprocedure de vordering (ook) zal toewijzen. Hof oordeelt dat bij appellant niet een zodanig spoedeisend belang is dat niet de beslissing van de bodemrechter kan worden afgewacht. Bovendien kan het Hof niet tot de conclusie komen dat het aannemelijk is dat de rechter in de bodemprocedure de ontruimingsvordering zal toewijzen.