Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 12 mei 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI4776
Betreft verzoek aan rechter om vast te stellen dat appellante in familierechtelijke betrekking staat tot Frederik. De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap ontbreekt in de wetgeving van de Nederlandse Antillen. Het Hof gaat ervan uit dat het vaderloze kind aan art. 8 EVRM in beginsel een aanspraak kan ontlenen op een gerechtelijke vaststelling. Echter in de Nederlandse Antillen ligt een ontwerp-Landsverordening bij de Raad van Advies. Ter zake van deze kwestie is een maatschappelijke discussie gaande en zullen de Staten te zijner tijd belangrijke rechtspolitieke keuzen moeten doen. Naar het oordeel van het Hof moet in het onderhavige geval op de wetgever worden gewacht. Een concrete factor van betekenis is dat in deze zaak de putatieve verwekker reeds is overleden en juist voor dit soort gevallen belangrijke rechtspolitieke keuzen voorliggen. Afwijzing van het onderhavige verzoek zal niet in de weg staan aan een nieuw verzoek na de totstandkoming van de beoogde wetgeving. Verzoek wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl