Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 14 april 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI1983

De FCIB was een kredietinstelling tot 9 oktober 2006, daarna werd haar bankvergunning ingetrokken en een noodregeling uitgesproken, er waren aanwijzingen dat FCIB betrokken was bij fraude. Bij verschillende rekeninghouders die als risicogroep werden aangewezen zijn regels opgesteld die erop neerkomt dat zij verklaringen van registeraccountants moet overleggen waarin de legitimiteit van hun bedrijfsactiviteit wordt bevestigd, en de BNA beoordeelt dan nogmaals voor er tot beperkte (75%) uitkering aan rekeninghouder wordt overgegaan. Jabez valt onder de risicogroep, maar PWC wil dat de bedoelde procedure niet in dit geval wordt toegepast, nu het saldo niet door rekeninghouder maar door PWC in de hoedanigheid van receiver werd opgevraagd. GEA heeft vorderingen voor merendeel toegewezen. Grieven van BNA en FCIB betreffen uitkeringsprocedure, strafrechtelijke aansprakelijkheid en beperking tot 75%. Hof oordeelt dat de grieven terecht zijn, PWC had geen reden zich te onttrekken aan de gepubliceerde uitkeringsprocedure, BNA kan niet genoodzaakt worden de rekening vrij te geven zolang er onzekerheid bestaat over de vraag of de gelden afkomstig kunnen zijn van of in verband staan met criminele transacties, en in deze procedure hebben BNA en FCIB voldoende toegelicht waarom eventuele uitkeringen beperkt wordt tot 75%.

De uitspraak op rechtspraak.nl