Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 9 maart 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH7064
Betreft Arubaanse zaak. Verdachte wordt schuldig geacht ter zake van feit 2, een ernstig zedenmisdrijf. Verdachte is het lichaam van het slachtoffer, dat destijds zeven jaar oud was, seksueel binnengedrongen. Daar komt bij dat het misdrijf plaatsvond in de slaapkamer die het slachtoffer deelde met haar moeder en de verdachte. Van belang is voorts dat de vrees voor herhaling gerechtvaardigd is. Hij heeft geen blijk gegeven inzicht te hebben in de ernst van het door hem gepleegde feit. Verdachte wordt daarnaast ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van feit 1. De steller van de tenlastelegging had blijkens de bewoordingen het oog op art. 257. Maar de delictsinhoud daarvan is niet vervuld. De eerste rechter heeft het feit gekwalificeerd als het 'met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen', van art. 253. Echter het bestanddeel 'buiten echt' is niet opgenomen in de tenlastelegging en daardoor levert het bewezenverklaarde geen strafbaar feit op. Hij krijgt drie jaar voor feit 2.
De uitspraak op rechtspraak.nl