Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 4 juni 2008, ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG3600

Bevel tot uitzetting en gelasten inbewaringstelling. 1)Tegen de weigering door de Ambtenaar van het Bevolkingsregister om het in Colombia gesloten huwelijk van appellante met [de man] in het bevolkingsregister van Aruba in te schrijven, omdat het een schijnhuwelijk is, heeft appellante geen rechtsmiddel ingesteld, zodat de PG van de juistheid van die beschikking mocht uitgaan. Dat zou anders zijn, indien de PG reden had om aan te nemen dat de beschikking op een feitelijke of juridische misslag berust, dan wel zodanig nieuwe feiten en omstandigheden zijn gebleken, dat aannemelijk is dat de Ambtenaar van het Bevolkingsregister, waren deze hem bekend geweest, tot een ander oordeel zou zijn gekomen. 2) Uit het systeem van de Lar leidt het Hof af dat een door het Gerecht getroffen voorlopige voorziening vervalt, zodra het in het bodemgeschil bij uitspraak op het beroep heeft beslist, voor zover in de beslissing van het Gerecht geen eerder tijdstip is bepaald. Verder brengt redelijke toepassing van de Lar mee dat hoofdstuk V, dat bepalingen bevat omtrent schorsing en voorlopige voorziening, in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is. Aangevallen uitspraak bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl