Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 29 november 2007, ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG3814

Weigering verlenen vergunning tot tijdelijk verblijf. Zoals het Hof eerder heeft overwogen (uitspraak van 4 juni 2007 in zaak nr. 176 HLAR 04/07), heeft een vreemdeling eerst wanneer de ongewenstverklaring afloopt, is vernietigd of ingetrokken, dan wel opgeheven, belang bij beroep tegen een afwijzing van een aanvraag tot verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf. De ongewenstverklaring van appellant duurde ten tijde van belang voort en stond aldus aan het verlenen van een vergunning, als verzocht, in de weg. Onder die omstandigheden kon het beroep van appellant niet leiden tot vergunningverlening, zodat appellant daarbij geen belang had. Het Gerecht heeft het beroep ten onrechte niet om die reden niet-ontvankelijk verklaard. Aangevallen uitspraak vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl