Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juli 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:223
Aruba. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2025:203. Betaling van non-refundable deposit payment door de weduwe van de koper. Redelijkheid en billijkheid. Eindvonnis.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202200401 – AUA2024H00079
Uitspraak: 28 juli 2026 (in Curaçao)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CHRYSANTE PROPERTY DEVELOPMENT & MANAGEMENT VBA,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. P.M.E. Mohamed,
tegen
[WEDUWE],
wonende in Rome, Italië,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. D.G. Illes.
Partijen worden hierna Chrysante en [weduwe] genoemd.
1 De zaak in het kort
Een vennootschap had een hotel in Aruba in eigendom.
In 2020 heeft een Arubaanse verkoper alle aandelen in die vennootschap verkocht. Voordat de koop is uitgevoerd, is de koper overleden. Zijn weduwe woont in Italië.
In dit geding vordert de verkoper dat de weduwe USD 300.000 betaalt als non-refundable deposit payment.
Het Gerecht heeft de vordering afgewezen.
In dit hoger beroep wijst het Hof de vordering alsnog toe.
2 Het verdere verloop van de procedure
2.1 Bij vonnis van 12 augustus 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:203 (hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen.
2.2 Vervolgens zijn ingediend:
- op 10 februari 2026: akten aan beide zijden, beide met producties;
- op 31 maart 2026: antwoordakten aan beide zijden; aan die van [weduwe] zijn producties gehecht;
- op 9 juni 2026: akte waarbij Chrysante zich uitlaat over de producties van [weduwe].
2.3 Vonnis is (bij vervroeging) bepaald op vandaag.
3. De verdere beoordeling
3.1 Onder 3.1.5 van het tussenvonnis heeft het Hof vastgesteld dat [weduwe] een handtekening heeft gezet op het personaliaformulier. Bij antwoordakte na tussenvonnis heeft zij dat alsnog betwist, maar dat is te laat. Aangenomen moet daarom worden dat [koper] toestemming van [weduwe] had om de koop aan te gaan, zoals het Hof onder 3.8 van het tussenvonnis heeft overwogen.
3.2 [ [weduwe] heeft niet voldoende duidelijk en gemotiveerd betwist dat zij als enig erfgename van [koper] moet worden aangemerkt. Het Hof neemt dat daarom als vaststaand aan. Dat brengt mee dat de rechten en plichten van [koper] onder algemene titel zijn overgegaan op [weduwe]. Grief 2 van Chrysante is in zoverre gegrond.
3.3 De verschillende versies van de koopovereenkomst die in omloop zijn, wijzen er niet op dat de koopovereenkomst als vals of vervalst moet worden aangemerkt. De verschillen zijn niet zo groot. Ook de omstandigheid dat verschillende versies ondertekend zijn, wijst niet op valsheid of vervalsing: nadat een handtekening is gezet, kan men akkoord gaan met een nieuwe versie en opnieuw een handtekening zetten. Aangenomen moet dan ook worden dat de koopovereenkomst geldig tot stand is gekomen.
3.4 Uit hetgeen partijen naar aanleiding van het tussenvonnis hebben aangevoerd, komt het volgende beeld naar voren. [koper] is geboren in Venezuela en heeft jarenlang buiten Italië gewerkt. Hij is makelaar voor woningen geweest en had een sterk gevoel voor zaken, maar hij had nooit eerder (een vennootschap met) een hotel gekocht. Mogelijk wilde hij in Aruba gaan wonen. De onderhandelingen met Chrysante vonden plaats in juni-oktober 2020, ten tijde van de Covid-pandemie. In die tijd was het toerisme in Aruba sterk achteruit gegaan en kampten hotels met leegstand. [koper] was hartpatiënt. Begin oktober 2020 is hij ernstig ziek geworden door besmetting met Covid. Op 23 oktober 2020 is hij opgenomen op de intensive care-afdeling van een ziekenhuis. [koper] is op 30 oktober 2020 overleden. Zijn hartproblemen en ziekte speelden tijdens de onderhandelingen geen rol en zijn niet ter kennis van Chrysante gebracht. Op 21 februari 2022 is deze procedure begonnen met een inleidend verzoekschrift van Chrysante. In oktober 2022 is het hotel op een executieveiling verkocht voor Afl. 7,3 miljoen. Die opbrengst is minder dan de koopsom van USD 5,15 miljoen die tussen Chrysante en [koper] is overeengekomen. Nakoming van de gehele overeenkomst is niet meer mogelijk en wordt ook door geen van beide procespartijen gewenst. [weduwe] is in 1958 in Rome geboren. Zij geniet een pensioen en verricht geen inkomensvormende arbeid.
3.5 De betaling waarop dit geschil betrekking heeft, is in de overeenkomst uitdrukkelijk omschreven als non-refundable. Dat wil zeggen dat overeengekomen is dat het te betalen bedrag niet zou worden terugbetaald, ook niet als de koop niet zou doorgaan, om welke reden dan ook. Contractueel is [weduwe] als rechtsopvolgster onder algemene titel van [koper] gehouden het bedrag te betalen. Gelet op de terughoudendheid die geboden is bij toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid, faalt het beroep van [weduwe] daarop. Hierbij is van belang dat [weduwe] geen inzicht heeft verschaft in haar financiële situatie. Het is niet duidelijk waarom, indien [koper] in staat was een non-refundable deposit payment van USD 300.000 te betalen, [weduwe] geacht moet worden daartoe niet in staat te zijn, aangezien zij immers de enige erfgenaam is van [koper].
3.6 Het hoger beroep slaagt. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De vordering moet alsnog worden toegewezen. [weduwe] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van beide instanties.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [weduwe] tot betaling van USD 300.000,00 aan Chrysante, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2022 tot aan de dag van de voldoening;
veroordeelt [weduwe] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Chrysante gevallen en begroot op Afl. 5.597,44 aan verschotten en Afl. 6.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
veroordeelt [weduwe] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Chrysante gevallen en tot op heden begroot op Afl. 11.012,00 aan verschotten en Afl. 24.500,00 aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, J. de Boer en W.P.M. ter Berg, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ondertekend door de rolrechter en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 28 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.