Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 juni 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:174
In deze zaak gaat het om de eigendom van een strook grond. Bij kadastrale opmeting is gebleken dat de scheidingsmuur tussen beide percelen deels op het aangrenzende perceel ligt. Het aangrenzende perceel is in eigendom van Het Land, die het in erfpacht heeft uitgegeven. Ingebruikneming van Curaçaose overheidsgrond geldt niet als inbezitneming als bedoeld in artikel 3:113 BW. Het vermoeden van artikel 3:109 BW dat wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf te houden geldt in een dergelijk geval als weerlegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 april 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:73
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 februari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:31
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:309
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 februari 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:18
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 13 augustus 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:19
- HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO2422