Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:50
Beroepsprocedure. Verdachte is circa twee (2) dagen op onrechtmatige wijze van zijn vrijheid beroofd. Het Hof is van oordeel dat de rechter-commissaris in het licht van het door hem geconstateerde aan het Openbaar Ministerie toe te rekenen vormverzuim een juiste afweging van de betrokken belangen heeft gemaakt. Het begrip ‘voorgeleiding’ in de zin van het eerste lid van artikel 89 Sv is niet gedefinieerd in de tekst van het (huidige) Wetboek van Stafvordering en zo evenmin in de Memorie van Toelichting met betrekking tot dat wetboek. In het licht daarvan moet voor de uitleg van dat begrip aansluiting worden gezocht bij het algemeen dagelijks spraakgebruik in het licht van de omstandigheid dat de procureur-generaal op de voet van artikel VI.26 van de Staatsregeling van Aruba degene is die i) belast is met de zorg voor de justitiële politie, ii) bevoegd is om aan ambtenaren die met de politie belast zijn instructies te geven en iii) waakt voor de richtige uitoefening van de taak der politie. Als redelijke uitleg van bedoeld begrip in dat verband heeft naar het oordeel van het Hof te gelden dat het openbaar ministerie de taak en de verantwoordelijkheid heeft er voor te zorgen dat verdachte en het hem betreffende dossier tijdig (verdachte al dan niet via videoconferentie) voor de rechter-commissaris wordt gebracht zodat rechterlijke toetsing (zoals in casu de rechtmatigheidstoets ) binnen de door de wet voorgeschreven termijn kan geschieden.
De uitspraak op rechtspraak.nl