Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 november 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:245

Het Hof stelt vast dat belanghebbende ten onrechte op haar verzoek niet is gehoord en zij door dit gebrek is benadeeld. Belanghebbende en de Inspecteur verschillen over de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan. Belanghebbende heeft namelijk betwist dat jaarlijks het aangiftebiljet grondbelasting van een dagtekening wordt voorzien en dat er geen leggers zouden bestaan. Het Hof draagt de Inspecteur op om belanghebbende te horen en uitspraak op bezwaar te doen. Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat mede door het schenden van de hoorplicht de aanslagen moeten worden vernietigd. Het Hof komt aan de overige geschilpunten niet toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken