Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 augustus 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:147
De Minister van Financiën van Curaçao heeft besloten tot opschoning van het bestand van de Ontvanger en heeft begin 2023 aangepast beleid bekendgemaakt. Deze aanpassing komt er (aanvankelijk) op neer dat aanslagen die betrekking hebben op de belastingjaren 2017 en ouder niet meer actief worden ingevorderd. De Minister heeft vanaf januari 2023 op zijn Facebookpagina verslag gedaan over de inzichten en ontwikkelingen en afboekingen ten aanzien van belastingschulden van 2017 en ouder. In deze berichtgeving heeft de Minister te kennen gegeven dat alle belastingschulden c.q. -aanslagen van de belastingjaren 2017 en ouder niet meer actief worden ingevorderd. Ook adviseert de Minister in zijn berichten aan belastingplichtigen om bij de Ontvanger “een debiteurenlijst op te vragen om te controleren of de opschoning correct heeft plaatsgevonden”. Het Hof oordeelt dat de niet voor meerdere uitleg vatbare, zonder voorbehoud gedane uitlatingen van de Minister van Financiën, herhaald in meerdere Facebook- en krantenberichten, in de gegeven omstandigheden ertoe leiden dat belanghebbende uit die handelwijze redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de Ontvanger de onderhavige aanslag niet meer kan en zal invorderen. Daarbij noemt het Hof de omstandigheid dat de onderhavige naheffingsaanslag al op 30 januari 2023 is afgeboekt en vervolgens niet meer voorkomt op de door de Ontvanger opgemaakte en verstrekte debiteurenlijst. Daaraan doet niet af dat door het Ministerie van Financiën in een later stadium (in een persbericht van 3 april 2023) drie uitzonderingen op het tot dat moment ongeclausuleerde invorderingsbeleid (voor aanslagen van 2017 en eerder) worden geformuleerd. Aan dit vanaf 3 april 2023 geldende beleid komt geen terugwerkende kracht toe. Het Hof komt tot de slotsom dat belanghebbende geen belang meer heeft bij een rechterlijke uitspraak over de onderhavige naheffingsaanslag omdat het niet meer mogelijk is dat de naheffingsaanslag wordt ingevorderd en verklaart het hoger beroep daarom niet ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde uitspraken
- HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1876
- HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1654
- HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:439
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069
- HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:494
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54
- HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4045
- HR 8 juli 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5034
- HR 26 september 1979, ECLI:NL:HR:1979:AM4918