Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juni 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:104

Belanghebbende neemt in hoger beroep het (meest vergaande) standpunt in dat hij in 2017 en 2018 niet woonachtig is in Sint Maarten en hij op die grond niet belastingplichtig is in Sint Maarten. Volgens hem is er geen sprake is van binnenlandse belastingplicht in Sint Maarten omdat hij de meeste dagen van het jaar als kapitein buiten Sint Maarten werkte op een jacht met thuishaven Malta. Belanghebbende stelt dat ook dat zijn fiscale woonplaats Malta is. Het Hof onderzoekt vervolgens of er een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen belanghebbende en Sint Maarten. Die duurzame band met de Sint Maarten hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats in de Sint Maarten niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in de Sint Maarten bevindt (vgl. HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824). Aan de hand van een aantal feiten en omstandigheden (huurwoning, inschrijving basisadministratie, aangiften als binnenlandsbelastingplichtige, bankrekening, allen op Sint Maarten) concludeert het Hof dat belanghebbende in Sint Maarten woont en aldaar belastingplichtig is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken