Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:89
In hoger beroep is in geschil of de naheffingsaanslag BBO dient te worden vernietigd, omdat daaraan een gebrek kleeft, en of aan belanghebbende voor het jaar 2012 terecht een naheffingsaanslag BBO is opgelegd. Met het Gerecht is het Hof van oordeel dat de onjuiste vermelding van het tijdvak op de naheffingsaanslag het gevolg is van een duidelijke, voor belanghebbende direct kenbare administratieve vergissing. Het feit dat de aanslag nog is opgelegd voordat het tijdvak is aangevangen maakt een en ander niet anders: het blijft een direct kenbare administratieve beslissing. De vermelding van het onjuiste tijdvak leidt derhalve niet tot vernietiging of vermindering van de naheffingsaanslag. Belanghebbende exploiteert een resort in Sint Maarten. Zij heeft met Inc USA afspraken gemaakt over de renovatie van het resort. Inc USA heeft geen BBO betaald over de aan belanghebbende geleverde prestaties. De inspecteur past de verleggingsregeling van art. 11, lid 2, letter b BBO toe en legt de naheffingsaanslag BBO op aan belanghebbende. Het Hof concludeert dat dat DIS in 2012 niet in Sint Maarten was gevestigd, maar haar onderneming aldaar heeft gedreven met behulp van een vaste inrichting. Dit brengt mee dat de verschuldigdheid van de BBO terecht is verlegd naar belanghebbende. Alsdan is aan belanghebbende terecht een naheffingsaanslag BBO opgelegd. Het hoger beroep is gegrond en de uitspraak van het Gerecht zal worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl