Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 juli 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:330
De RAr 1951 voorziet niet in de mogelijkheid in hoger beroep op verzoek een beslissing bij voorraad te treffen. De voorzitter van het Hof als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie ziet aanleiding om in die leemte te voorzien. De voorzitter acht zich bevoegd te beslissen op het gedane verzoek en heeft het verzoek dan ook aan zich getrokken en in behandeling genomen. Zonder enige voorziening voor verzoekster zullen ernstige(r) financiële problemen rijzen, die zich mogelijk als gevolg van de uitspraak in de hoofdzaak niet of in verminderde mate zouden voordoen. De voorzitter acht het treffen van een beperkte financiële voorziening geboden.
De uitspraak op rechtspraak.nl