Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 augustus 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:326
Belanghebbende is een Naamloze Vennootschap die naar Arubaans recht is opgericht en op Aruba hotels exploiteert. Voor de jaren 1991 tot en met 2001 is op belanghebbende het tax-holiday regime van toepassing. Vanaf 2002 is belanghebbende belast volgens het normale winstbelastingregime. In hoger beroep is in geschil of de verliezen geleden gedurende de tax-holiday dienen te worden verrekend met winsten genoten gedurende de tax-holiday. De conclusie is niet anders dan dat de wetgever ook op de resultaten behaald tijdens de tax-holidayperiode bij de hoofdregel van de verliescompensatie heeft willen aansluiten. Vervolgens is nog in geschil of belanghebbende ervoor kan kiezen om de beperkt verrekenbare verliezen uit de latere jaren 2000 en 2006 te verrekenen alvorens zij de onbeperkt verrekenbare verliezen uit de eerste vier jaren gaat verrekenen. Met het Gerecht is het Hof van oordeel dat uit de tekst van de wet in combinatie met de toelichting op artikel 10, lid 1 LWB volgt dat de regel dat het oudste verlies eerst voor verrekening komt, onverkort geldt voor aanloopverliezen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet van de bedoeling van de wetgever om op dit punt van de hoofdregel af te willen wijken zodat ook hier de conclusie niet anders kan zijn dan dat de wetgever met betrekking tot de volgorde van verrekening van verliezen geen onderscheid heeft willen maken tussen beperkt verrekenbare en onbeperkt verrekenbare verliezen. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl