Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 april 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:106

Belanghebbende is een Aruba Vrijgestelde Vennootschap en heeft een rekeningcourantvordering op haar aandeelhouder. In geschil is of belanghebbende voor het jaar 2012 kwalificeert als een Aruba vrijgestelde vennootschap (AVV). Verder is de vraag of belanghebbende voldoet aan de voorwaarde dat ze zich bezig houdt met ‘beleggen van vermogen’, zodat belanghebbende in aanmerking komt voor de objectieve vrijstelling van de winstbelasting. Nu de rekening-courantvordering renteloos is, is daarvan geen sprake. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende op grond van artikel 2, aanhef en letter e, LWB voor het onderhavige jaar niet langer vrijgesteld is van winstbelasting. Het hoger beroep is ongegrond. Het Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken