Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 13 februari 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:31

Bij de beoordeling of een boete passend en geboden is, staat voorop dat een verzuimboete primair tot doel heeft om een gebod tot nakoming van fiscale verplichtingen in te scherpen. Het belang van deze omstandigheid maakt echter niet dat de boete van NAf 250 die is opgelegd overeenkomstig het bepaalde in de Ministeriële regeling per se passend en geboden is. De hoogte in absolute zin van de verzuimboete speelt daarbij ook een rol. Belanghebbende heeft onbetwist gesteld dat zij in 2015 en in 2016 geen activiteiten heeft ontplooid, dat derhalve geen winst is genoten en dat zij niet wist dat zij aangifte moest doen, ook in de situatie dat geen winstbelasting verschuldigd is. De bestuurder van belanghebbende is op fiscaal terrein een leek en belanghebbende is nimmer bijgestaan door een professionele deskundige. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd vormt voor het Hof aanleiding de boete te matigen met 50% tot NAf 125. Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond en de uitspraak van het Gerecht is vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl