Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 12 augustus 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:196
Belanghebbende is gehuwd. Belanghebbende geniet het hoogst persoonlijke arbeidsinkomen. Zowel belanghebbende als haar echtgenoot hebben meer dan Afl. 5.000 aan (overige) rente betaald. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag als persoonlijke last slechts éénmaal het wettelijk maximale bedrag aan renteaftrek van Afl. 5.000 in aanmerking genomen. Het Gerecht oordeelt dat bij belanghebbende, zijnde de echtgenoot met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen, zowel haar eigen (persoonlijke) rentelast van Afl. 5.000 in aftrek kan worden gebracht, als ook de (persoonlijke) rentelast van haar echtgenoot van Afl. 5.000. Het geschil in hoger beroep is of belanghebbende twee maal het wettelijk maximale bedrag aan renteaftrek van Afl. 5.000 als persoonlijke last in aftrek kan brengen. Het gelijk is aan de Inspecteur en belanghebbende kan niet twee maal het wettelijk maximale bedrag aan renteaftrek van Afl. 5.000 als persoonlijke last in aftrek brengen. Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond en de uitspraak van het Gerecht wordt vernietigd voor zover de beslissing de aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2011 betreft.
De uitspraak op rechtspraak.nl