Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 januari 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:6

Van belanghebbende zijn over meerdere kwartalen speelvergunningsrechten geheven. Volgens de wet is de bruto-ontvangst de grondslag van deze heffing. Belanghebbende heeft in de onderhavige zaak in haar kwartaalaangiften aangiften gedaan naar lagere bedragen dan de brutobedragen van de ontvangsten namelijk op basis van de netto-ontvangsten (de “win”). Het Hof oordeelt dat onder die omstandigheden de onderhavige procedure niet tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat (belanghebbende bepleit namelijk niet een resultaat lager dan hetgeen door hem is aangegeven en voldaan) kan leiden. Het Hof geeft, anders dan het Gerecht, geen oordeel over belanghebbendes in dit verband gedane beroep op het vertrouwensbeginsel. Dit omdat belanghebbende niet in een betere positie kan komen met betrekking tot de onderhavige voldoeningen op aangiften van het speelvergunningsrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken