Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 september 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:163
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat met een redelijke mate van zekerheid na afloop van het jaar 2008 zich nog kosten hebben voorgedaan die veroorzaakt zijn door de bedrijfsvoering van het jaar 2008 en aan dat jaar kunnen worden toegerekend. Invoering van de waarde RSV-methode, op een wijze zoals belanghebbende die voorstaat, strookt daarom niet met goed koopmansgebruik. Het Hof oordeelt dat het niet is toegestaan om een voorziening ter zake te vormen. Het Hof oordeelt voorts dat er inderdaad geen verlies van het jaar 2006 met het jaar 2008 kan worden verrekend. Zoals het Gerecht terecht heeft geoordeeld, doet de omstandigheid dat de Inspecteur over het jaar 2006, ondanks de bevindingen van het boekenonderzoek, geen naheffingsaanslag heeft opgelegd, of niet heeft kunnen opleggen, daaraan niet af. De Inspecteur heeft voor het jaar 2008 terecht een correctie aangebracht. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl