Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 februari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:60

Het betreft een verzoek internationale inlichtingenuitwisseling in de zin van artikel 62 Algemene Landsverordening Landsbelastingen (Curaçao). Anders dan het Gerecht oordeelt het Hof dat belanghebbende wel belang heeft bij de zaak (ondanks dat de inlichtingen al zijn uitgewisseld) en dus belanghebbende ten onrechte door het Gerecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het belang van belanghebbende is er in gelegen dat een rechter (na de inlichtingenuitwisseling) kan beoordelen of aan alle voorwaarden voor de gegevensuitwisseling is voldaan, of niet een of meer van de uitsluitingen van artikel 64 van toepassing is en of eventuele toepassing van het artikel 62, vierde lid, van de ALL terecht heeft plaatsgevonden. Het Hof wijst de zaak niet terug maar voorziet op verzoek van partijen zelf in de zaak. Het Hof oordeelt voorts dat aan alle voorwaarden voor de gegevensuitwisseling is voldaan en de Minister niet onrechtmatig heeft gehandeld. Aan de vraag of belanghebbende door het optreden van de Minister schade heeft geleden komt het Hof daarom niet toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken