Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 mei 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:104
Het betreft een verzoek tot internationale inlichtingenuitwisseling namens de Staatssecretaris van Financiën van Nederland gericht aan het Ministerie van Financiën - Directie Fiscale Zaken van Curaçao. Het Hof oordeelt dat het in de onderhavige situatie aannemelijk was dat er een concreet heffingsbelang was voor de Nederlandse fiscus. Verder verhindert de omstandigheid dat belanghebbende een offshore-vennootschap is waarvoor afwijkende regelingen gelden niet dat zij ook onder de bepalingen voor inlichtingenverstrekking in het kader van internationale bijstandverlening valt. De StichtingOverheidsBelastingacountantsbureau was bevoegd was tot het doen van een boekenonderzoek bij belanghebbende De conclusie is volgens het Hof dat aan alle voorwaarden voor gegevensuitwisseling is voldaan en de Minister niet onrechtmatig heeft gehandeld. Het Hof komt alsdan niet meer toe aan de vraag of belanghebbende door het optreden van de Minister schade heeft geleden.
De uitspraak op rechtspraak.nl