Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17 augustus 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:91
Uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg is bevoegdelijk gedaan. Het Gerecht mocht in de gegeven omstandigheden het door de Inspecteur te laat ingediende verweerschrift in haar overwegingen betrekken. Ook vanaf 10 oktober 2010 bestaat voor het Land Curaçao een wettelijke basis voor het heffen van opcenten op de aanslagen grondbelasting. Aan het legaliteitsvereiste wordt voldaan. Het Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht. De uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg is bevoegdelijk gedaan nu alle betrokken rechters lid zijn van het Gemeenschappelijk Hof en de berechting van belastinggeschillen met ingang van 1 januari 2016 is opgedragen aan de rechterlijke macht. Het ontbreken van de ondertekening door de griffier onder de uitspraak maakt niet dat die uitspraak daardoor ongeldig zou zijn of ongeldig zou zijn bekendgemaakt. Gelet op de omstandigheid dat partijen uitvoerig schriftelijk en mondeling argumenten hebben gewisseld en belanghebbende in ruime mate in de gelegenheid is geweest te reageren op de inhoud van het verweerschrift en daarvan ook gebruik heeft gemaakt, acht het Hof de handelwijze van de Gerecht om het verweerschrift tot de gedingstukken te rekenen niet in strijd met een goede procesorde. Ook vanaf 10 oktober 2010 bestaat voor het Land Curaçao een wettelijke basis bestaat voor het heffen van opcenten op de aanslagen grondbelasting. De voorheen krachtens artikel 2 ERNA bestaande bevoegdheid van het eiland Curaçao tot het heffen van opcenten is per genoemde datum omgevormd tot een overeenkomstige bevoegdheid voor het Land Curaçao. Op grond van additioneel artikel 1 van de Staatsregeling in verbinding met de artikel 1 LAOWB, blijft de Eilandsverordening heffing opcenten ook na 9 oktober 2010 van kracht, tot het moment waarop de regeling wordt ingetrokken. Op grond van artikel 5 LAOWB verkrijgt de voorheen bestaande Eilandsverordening de staat van Landsverordening. Daarmee is ook voldaan aan het legaliteitsvereiste van artikel 84 van de Staatsregeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl