Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:64

Overschrijding redelijke termijn. Hoewel de klacht terecht is voorgedragen zal het Hof daaraan in deze zaak nog geen gevolgen verbinden. Het Hof doet in deze zaak voor het eerst uitspraak over de gevolgen van de hiervoor bedoelde rechtspraak van het EHRM in bestuursrechtelijke zaken die vallen onder de rechtsmacht van het Hof en over de termijnen die in zaken als deze voor de verschillende fasen van de procedure gelden. Er is dus nog geen eerdere rechtspraak van het Hof over vergoeding van immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in bestuursrechtelijke zaken. Alle bestuursorganen die het aangaat en het Gerecht dienen zich op deze verstrekkende nieuwe ontwikkeling in de rechtspraak van het Hof, die een gevolg is van de rechtspraak van het EHRM, te kunnen instellen. Het Hof zal pas gevolgen verbinden aan overschrijding van de redelijke termijn in procedures waarin op of na 1 juli 2017 een bezwaarschrift is ingediend. Beschikking op bezwaar onbevoegd genomen. Er is geen geschrift overgelegd waaruit blijkt dat de directeur van Directie Sociale Zaken door de minister is gemandateerd om namens hem op het bezwaarschrift te beslissen. Derhalve is de beschikking op bezwaar onbevoegd genomen. De Landsverordening administratieve rechtspraak kent geen bepaling met toepassing waarvan het Gerecht een beschikking ondanks strijd met een algemeen verbindend voorschrift of algemeen rechtsbeginsel in stand kan laten, indien blijkt dat belanghebbenden daardoor niet worden benadeeld. Het Gerecht heeft de beschikking van 21 juli 2014 ten onrechte niet vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken