Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 november 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:191

Vergunning tot verblijf geweigerd. Vereiste vijf jaar rechtmatig verblijf. Het Hof stelt vast dat de duur van het onafgebroken rechtmatig verblijf van appellante tussen september 2009 en 11 juni 2014 nog geen vijf jaar beslaat en derhalve niet aan dit vereiste wordt voldaan. Voor een belangenafweging als bedoeld op pagina 15 van de Richtlijnen van de minister met betrekking tot de toepassing van de Ltu en het Toelatingsbesluit van mei 2012 is in dit geval geen plaats. Deze belangenafweging ziet op het geval dat een onderbreking van het rechtmatig verblijf eraan in de weg staat dat wordt voldaan aan het vereiste van vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf in Sint Maarten. Dat doet zich hier niet voor. Voorts is voor afwijking van de Richtlijnen alleen plaats, indien de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de Richtlijnen te dienen doelen. Het bestuursorgaan dient alle omstandigheden van het geval te betrekken in zijn beoordeling en dient te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Dat appellante sinds 2002 in Sint Maarten woonachtig is en twee van haar drie kinderen alhier zijn geboren, zijn geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan de minister van de Richtlijnen had dienen af te wijken. Geen schending artikel 8 EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken