Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 september 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:99
Uitspraak op het hoger beroep krachtens artikel 37, tweede lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Gerechtsambtenaar bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie betwist de juistheid van haar inschaling. Als enige grond voor haar hoger beroep heeft zij aangevoerd dat dat de behandeling van haar beroep in eerste aanleg niet kan worden aangemerkt als een behandeling door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Dit betoog faalt. De leden van het Hof in hun rechtsprekende functie zijn niet onderworpen aan de Beheerraad of het bestuur van het Hof. Voorts heeft de behandeling in eerste aanleg plaatsgevonden door een plaatsvervangend lid van het Hof dat op geen enkele wijze betrokken is bij het conflict en dat ook overigens geen bemoeienis heeft met de dagelijkse gang van zaken van het Hof. Bij de beantwoording van de vraag of een gerechtelijke procedure beantwoordt aan de eisen, gesteld in artikel 6 van het EVRM, moet die procedure voorts in haar geheel worden bezien, dus inclusief de fase van hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl