Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 augustus 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:100
Uitspraak op het hoger beroep krachtens artikel 37, tweede lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Beëindiging dienstverband van gerechtsambtenaar bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie wegens niet goed functioneren. Beëindigingsbeschikking is onbevoegdelijk genomen, nu het door de Beheerraad gegeven mandaat zich niet uitstrekt tot het geven van ontslag. Ontslag ook om inhoudelijke redenen onjuist. Ten onrechte aangenomen dat aan de aanstelling van betrokkene een proeftijd was verbonden. Hij is voorts onvoldoende in de gelegenheid gesteld zich te verbeteren. Anders dan het Gerecht in Eerste Aanleg ziet het Hof thans wel grond om de nietigheid van de beëindigingsbeschikking voor gedekt te verklaren. Aan de betrokkene wordt een schadevergoeding toegekend, gelijk aan zijn nettobezoldiging over een periode van tien maanden en een bedrag van NAF 25.000,= voor geleden immateriële schade.
De uitspraak op rechtspraak.nl