Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 februari 2011, ECLI:NL:OGHACMB:2011:BP6626

Gelet op het bepaalde in art. 185c Rv kan het geding in verband met de opheffing van het Land de Nederlandse Antillen worden hervat ten name van het Land Curaçao. [Appellant] en het Land zijn een overeenkomst van opdracht aangegaan, deze overeenkomst is niet beëindigd. Het Land Curaçao beroept zich op zijn opschortingsbevoegdheid. Het Hof is voorshands van oordeel dat er voldoende reden is om [appellant] hangende het onderzoek niet meer de screening/controle van vertrekkende passagiers te laten verrichten. De coördinator heeft informatie doorgegeven aan de Directie Justitiële Zaken dat er plannings- en bezettingsproblemen zijn door het te laat of niet verschijnen van [appellant] bij vluchten waarvoor hij was ingedeeld. Gelet op het belang van een sluitende planning en bezetting van het radiologenteam ter vergroting van pakkans van drugskoeriers op Hato is de beslissing om [appellant] niet in te delen niet in strijd met de eisen van goed opdrachtgeverschap.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen