Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen 28 januari 2009, ECLI:NL:OGEANA:2009:BH1498

Of er sprake is van een ongeoorloofd onderscheid in beloning kan worden beantwoord aan de hand van de eisen van goed werkgeverschap op de voet van artikel 7A: 1614y BW, in welke bepaling de algemene eisen van redelijkheid en billijkheid, zoals neergelegd in artikel 6:2 en 6:248 BW voor het arbeidsrecht uitdrukking vinden. Het uitgangspunt is gelijke beloning voor gelijk werk behoudens objectieve rechtvaardigingsgronden. In het algemeen is het niet toegestaan werknemers die lid zijn van een vakbond beter te belonen dan de niet leden. Maar in dit geval wel. Volgens CDM heeft de vakvereniging een verschil bedongen voor haar leden, en wordt het maken van een verschil gerechtvaardigd doordat de werknemers die geen lid zijn de daaraan verbonden kosten niet maken, terwijl zij wel profiteren van de verbetering van de rechtspositie. In casu gaat het niet om een verschil in het basisloon maar om een verschil in toeslag daarbovenop. Indien het verschil in toeslag substantieel zou zijn, zou het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Daarvan is volgens het Gerecht in dit geval geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen