Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 20 september 2024, ECLI:NL:OGEAM:2024:87

Het geschil betreft de vraag of de bedrijfsactiviteiten van belanghebbende vrijgesteld zijn van de Belasting op Bedrijfsomzetten (BBO). Hierbij spelen met name de interpretatie van artikel 8, leden 6 en 13, en artikel 9 van de Landsverordening BBO een rol. Artikel 8, lid 6 LBBO: Het Gerecht oordeelt dat zowel chartervliegtuigen als vliegtuigen met een vaste dienstregeling als openbaar vervoermiddel worden beschouwd. De levering van brandstoffen aan commercieel geëxploiteerde chartervliegtuigen valt onder de vrijstelling van dit artikel. Artikel 9 LBBO: De belanghebbende kan, gelet op haar bedrijfsactiviteiten, geen aanspraak maken op de vrijstelling voor exportondernemers. De levering van goederen aan de luchtvaartuigen vindt plaats binnen het heffingsgebied, namelijk het luchthavengebied van Sint Maarten. Opgewekt vertrouwen: Het beroep op opgewekt vertrouwen vanwege een controleverslag uit 2009 wordt afgewezen. Het rapport kan niet worden gebruikt om bepaalde bedragen als doorlopende posten te beschouwen. Artikel 8, lid 13 LBBO: Partijen zijn het eens over de toepassing van de vrijstelling, maar er is onenigheid over de hoogte van de vrijgestelde omzet. Belanghebbende krijgt de kans om dit verder te onderbouwen. De Inspecteur krijgt op zijn beurt de kans daarop te reageren. Het Gerecht houdt iedere verdere beslissing aan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken