Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 maart 2025, ECLI:NL:OGEAC:2025:34
Belanghebbende, een belastingadviseur, heeft via haar vennootschap [T] N.V. een pensioenverzekering afgesloten, waarbij de vennootschap als verzekeringnemer en premiebetaler fungeert. In de aangifte inkomstenbelasting 2019 heeft belanghebbende premies voor deze pensioenverzekering als aftrekpost opgevoerd, maar de Inspecteur heeft deze aftrek geweigerd en correcties aangebracht op de aangifte. Het geschil draait om de aftrekbaarheid van de pensioenpremies en de berekening van de drempel voor buitengewone lasten. Het Gerecht oordeelt dat de pensioenpremies niet aftrekbaar zijn, omdat deze door [T] N.V. zijn betaald en niet door belanghebbende persoonlijk. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen. Ten aanzien van de ziektekosten wordt de drempel opnieuw berekend, wat resulteert in een iets hogere aftrek dan door de Inspecteur was vastgesteld. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen door de Inspecteur is gegrond, maar belanghebbende heeft geen recht op een kostenvergoeding in de bezwaarfase. Wel krijgt zij een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase. Het belastbaar inkomen wordt uiteindelijk vastgesteld op NAf 52.195.
De uitspraak op rechtspraak.nl