Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 31 mei 2023, ECLI:NL:OGEAC:2023:124
Het Gerecht heeft per e-mail aan de Inspecteur gevraagd over de invordering op de aanslagen welke betrekking hebben op de belastingjaren 2017 en ouder. De Ontvanger heeft hangende onderhavige beroepsprocedure te kennen gegeven dat aangezien het totaal bedrag van de belastingschuld onder de 1 mln ligt hij niet over zal gaan tot het invorderen van de aanslagen van 2017 en ouder. Naar het oordeel van het Gerecht is daarmee in beginsel het belang komen te ontvallen aan een rechtelijke beslissing over de hoogte van die (belasting)schuld. Verder heeft belanghebbende verzocht om een vergoeding van de door haar geleden immateriële schade. Gedurende de periode dat belanghebbende niet bestond (vanaf 4 augustus 2020) heeft belanghebbende geen spanning en frustratie kunnen ondervinden die tot voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade kan hebben geleid. Belanghebbende heeft ook verzocht om een vergoeding van de kosten in verband met het verrichten van onderzoek, het zoeken en analyseren van jurisprudentie, het voorwerk, de vervaardiging van het beroepschrift, het schrijven van (elektronische) brieven, het voeren van telefoongesprekken, consultatie, reproductiekosten en logistieke activiteiten. Van een derde beroepsmatige rechtsbijstand is geen sprake, nu de oud-directeur van de vennootschap de vennootschap heeft vertegenwoordigd. Verletkosten zijn kosten van tijdverzuim voor bijvoorbeeld het persoonlijk bijwonen van een zitting. Kosten van tijdverzuim veroorzaakt door bijvoorbeeld het indienen van het beroepschrift of de voorbereiding van een rechtszaak komen niet voor vergoeding in aanmerking. Dergelijke kosten moeten voor rekening van partijen zelf blijven. Gesteld noch gebleken is dat dat de gemachtigde door het bijwonen van de zitting inkomsten heeft gederfd. Er bestaat daarom geen recht op vergoeding van verletkosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde uitspraken
- HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1876
- HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:494
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:164
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 29 maart 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:48
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54
- HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4045