Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 21 april 2023, ECLI:NL:OGEAC:2023:110

Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak, die bestaat uit een verdiepingswoning en een appartement. Belanghebbende heeft een bedrag van NAf 34.722 aan hypotheekrente betaald. In de persoonlijke lasten is een bedrag van NAf 30.000 aan in aftrek gebrachte hypotheekrente begrepen. Bij het opleggen van de aanslag heeft de Inspecteur een bedrag van NAf 23.400 aan verhuuropbrengsten bijgeteld en een bedrag van NAf 31.689 aan persoonlijke lasten niet in aftrek toegelaten. In geschil is nog enkel de hoogte van de in aftrek toe te laten persoonlijk lasten. Meer in het bijzonder is in geschil of het appartement onderdeel vormt van de tot hoofdverblijf dienende woning, waardoor de daarop betrekking hebbende rente als persoonlijke last aftrekbaar is. Het Gerecht oordeelt dat het appartement niet behoort bij de tot hoofdverblijf dienende woning, daar evenmin dienstbaar aan is en belanghebbende niet als hoofdverblijf ter beschikking staat. Dat het appartement in 2015, dus tijdelijk, niet verhuurd is geweest leidt het Gerecht niet tot een ander oordeel, omdat het appartement immers niet bestemd is om duurzaam als hoofdverblijf te dienen. De aan het appartement toerekenbare rente van NAf 8.681 is dan ook niet aftrekbaar

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken