Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 7 februari 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:3
Deze civiele zaak is aangespannen door een kandidaat voor een ministerschap tegen het Land Curaçao. De zaak draait om de vraag of een in 2002 tegen de eiser gewezen strafvonnis in verband met een door hem begaan delict in de weg mag staan aan de benoembaarheid van eiser tot minister. Het gerecht beantwoordt die vraag bevestigend en oordeelt dat de wettelijke eis in artikel 7 van de Landsverordening houdende regels betreffende de integriteit van (kandidaat-) ministers dat een minister niet mag zijn veroordeeld voor een misdrijf, niet onredelijk is en niet in strijd is met de Staatsregeling Curaçao of met internationale verdragen. Het gerecht ziet geen grond daar in dit specifieke geval anders over te oordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl