Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 1 juni 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:136
Beoordeling beroep op vertrouwensbeginsel aan de hand van de stappen uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694. Wel sprake van een toezegging. Het is in een kleinschalige samenleving als Curaçao, waar persoonlijke verhoudingen een grote rol spelen en een expliciete weigering niet gemakkelijk wordt gegeven, van verhoogd belang dat regels inzake bevoegdheid en formele besluitvorming strikt in acht worden genomen. Tegen die achtergrond mag van een betrokkene in Curaçao worden verwacht dat hij de toepasselijke rechtsregels kent of onderzoek daarnaar doet, zeker als het gaat om rechtsregels over eventuele toezeggingen. In dit geval heeft minister van Financiën niet zijn oordeel gegeven over de toezegging van de minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn, wat wettelijk wel moest. Van eiseres hoefde dat onderzoek in dit geval niet verwacht te worden vanwege de formulering van de toezegging. Zwaarder wegende belangen staan in de weg aan honorering van het gewekte vertrouwen. Algemeen belang van op orde brengen en houden van de overheidsfinanciën tegen de achtergrond van de na de toezegging gemaakte afspraken met Nederland over liquiditeitssteun en de verslechterde financiële situatie van het land als gevolg van de COVID-pandemie weegt zwaarder.
De uitspraak op rechtspraak.nl