Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 1 oktober 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:222

Belanghebbende stelt dat hij recht heeft op volledige aftrek van de studiekosten van zijn studerende kinderen als buitengewone lasten, aangezien de studiekosten volledig door hem zijn betaald. Art. 16A LvIB schrijft voor welke studiekosten als buitengewone lasten in aftrek kunnen worden gebracht. De zogenoemde zuivere studiekosten. Zuivere studiekosten zijn slechts aftrekbaar voor zover zij op de belastingplichtige drukken. In de uitspraak van 27 juni 2018 (ECLI:NL:OGEAC:2018:144) is door het Gerecht geoordeeld dat voor zover een genoten studiebeurs betrekking heeft op studiekosten, die kosten geacht worden daaruit te zijn voldaan. Dat geldt ook in de gevallen dat de student geen studiebeurs heeft, maar een studielening zoals in onderhavige geval. De Belastingdienst voert een beleid op grond waarvan een studiebeurs of een studielening, voor een bepaald percentage, geacht wordt betrekking te hebben op de zuivere studiekosten. Om te bepalen welk deel van de zuivere studiekosten – op basis van het beleid – bij belanghebbende aftrekbaar is, is het bedrag van de studiefinanciering die elk kind heeft ontvangen van belang. Daarover is door belanghebbende geen informatie gegeven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken