Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 21 augustus 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:207
Het bouwplan, naar verweerder heeft miskend, is in strijd met artikel 11, gelezen in samenhang met artikel 5,van de Bouw- en Woningverordening 1935 (BWV) en met artikel 10 van het Bouwbesluit. Op grond van artikel 22, aanhef en onder 1, van de BWV had verweerder dan ook de gevraagde bouwvergunning moeten weigeren. Het Gerecht merkt daarbij nog op dat artikel 22 van de BWV een zogeheten limitatief-imperatief stelsel van weigeringsgronden behelst. Dat houdt in dat een bouwvergunning alleen op de in die bepaling vermelde gronden mag worden geweigerd, terwijl als zo een weigeringsgrond zich voordoet de bouwvergunning op grond daarvan moet worden geweigerd. Bij sommige weigeringsgronden is er beoordelingsruimte voor verweerder, maar hier betreft het strijd met voorschriften die eenduidig zijn, zodat de rechter die vol moet toetsen. Omdat zich verplichte weigeringsgronden voordoen, voorziet het Gerecht zelf in de zaak.
De uitspraak op rechtspraak.nl