Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 13 april 2011, ECLI:NL:OGEAC:2011:BQ6335

Betreft verzoek tot toekenning van stuk grond. Het verzoek betreft toepassing van de op 1 april 2007 in werking getreden wettelijke regeling inzake langdurige onverdeeld gebleven gemeenschappen. Het Gerecht oordeelt dat er aarzeling kan bestaan bij de vraag of de (huidige) activiteiten van verzoekers met betrekking tot het terrein van voldoende betekenis zijn om te kunnen spreken van “gebruik” in de zin van artikel 3:200b lid 1 BW, maar verzoekers dienen naar het oordeel van het Gerecht in ieder geval op de voet van lid 3 van dat artikel als gebruikers van de onroerende zaak te worden beschouwd, gelet op hun verwantschap met de oorspronkelijke eigenaar ([x] is hun overgrootvader) en gelet op de gebleken verbondenheid van verzoekers met het terrein. Het stuk grond is mondi en verzoekers willen daar geen verandering in brengen. Geconcludeerd wordt dat een voorstel tot ontwikkeling niet nodig is. Aan alle door de wet gestelde eisen is voldaan en het Gerecht kent de onroerende zaak aan verzoekers in eigendom toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen