Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 oktober 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:232
Bonairiaanse fraudezaak. De verdachte heeft zich gedurende een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan belastingfraude, gewoontewitwassen en het plegen van valsheid in geschrift. De verdachte verzorgde de administratie van een bouwbedrijf. Zij heeft samen met het bouwbedrijf gedurende een groot aantal belastingtijdvakken niet tijdig aangifte gedaan of bewust te lage bedragen in de aangiften opgenomen. Daarnaast heeft de verdachte geld dat uit deze belastingfraude afkomstig was via verschillende bankrekeningen laten lopen en zo de herkomst daarvan verborgen en verhuld. Ten slotte heeft de verdachte verschillende valse documenten opgemaakt. Oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Strafkorting wegens schending redelijke termijn. Voor oplegging van het gevorderde beroepsverbod is geen wettelijke grondslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl