Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 26 april 2023, ECLI:NL:OGEABES:2023:6

Belanghebbende drijft een onderneming en heeft onder andere als activiteiten in- en verkoop van vervoermiddelen, met name gebruikte personenauto’s en bedrijfsauto’s. Aan belanghebbende is een navorderingsaanslag ABB met vergrijpboete opgelegd. In geschil is of de navorderingsaanslag en vergrijpboete naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Het Gerecht oordeelt dat de gerealiseerde opbrengst van de ingevoerde auto’s, voor zover sprake is van binnenlandse opbrengst, niet tot de douanewaarde behoort. Het deel van de opbrengst van de latere wederverkoop behoort wel tot de douanewaarde. Daarnaast oordeelt het Gerecht dat de inspecteur de douanewaarde van de ingevoerde auto’s terecht heeft gecorrigeerd met de gemaakte vrachtkosten. Met betrekking tot de vergrijpboete is het Gerecht van oordeel dat belanghebbende redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van de wettelijke bepalingen. Nu belanghebbende niet in lijn met de wettelijke bepalingen aangifte heeft gedaan, is de boete terecht vastgesteld op het maximum bedrag van USD 14.000 behorende bij een boete van grove schuld. Belanghebbende heeft geen recht op het in zijn beroepschrift gedane verzoek om een schadevergoeding. De inspecteur heeft in onderhavige beroepsprocedure gesteld dat de navorderingsaanslag ABB verminderd dient te worden tot USD 62.003,10, het Gerecht volgt dit standpunt. Dit betekent dat het beroep tegen de navorderingsaanslag ABB gegrond dient te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken