Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 augustus 2022, ECLI:NL:OGEABES:2022:49
Artikel 13 lid 1 Deurwaarderwet BES verbiedt de deurwaarder om bij het gerecht waarbij hij zijn dienst verricht als gemachtigde op te treden. Dat verbod geldt ingevolge lid 2 onder 1 van dat artikel niet als de vordering een geldsom betreft die een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag niet te boven gaat. Artikel 13 lid 2 onder 3 Deurwaarderwet BES is vervallen. De ministeriële regeling als bedoeld in artikel 13 lid 2 onder 1 is (nog) niet in het leven geroepen. Het gerecht acht het onwenselijk dat klaarblijkelijk door een omissie van de wetgever voor deurwaarders in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geen maximumbedrag meer geldt voor geldvorderingen waarvoor zij in rechte mogen optreden. Ter opvulling van die leemte sluit het gerecht voor wat betreft dit bedrag aan bij het in artikel 1 van het besluit ter uitvoering van artikel 862, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES genoemde bedrag van USD 5.587,-, zijnde het equivalent in dollars van het bedrag in NAf dat vóór 10 oktober 2010 gold voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat is sinds 10 oktober 2010 bovendien de bestaande praktijk en is in lijn met het geldende bedrag op de andere (ei)landen in het Caribische deel van het Koninkrijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl