Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 augustus 2022, ECLI:NL:OGEABES:2022:15

Naar het Gerecht begrijpt is in geschil of ter zake van de auto met kenteken [0002] terecht een aanslag MRB 2018 is opgelegd en of recht bestaat op een schadevergoeding of counterclaim. Belanghebbende is van mening dat er geen MRB verschuldigd is omdat de auto op 17 juli 2016 is gestolen en hij dus geen houder meer was van de auto. In artikel 8.101, lid 3 BBES is bepaald dat het beroep slechts kan worden ingesteld door de belanghebbende aan wie de belastingaanslag is opgelegd. Belanghebbende is sinds 6 juli 2016 geen eigenaar en ook geen houder meer van de auto en het kenteken. Eigenaar en houder is vanaf dat moment [C] BV. Uit de door de heffingsambtenaar als bijlage bij het verweerschrift gevoegde aanslag MRB 2018 ter zake van de auto met kenteken [0002] blijkt dat die aanslag niet aan belanghebbende maar aan [C] BV is opgelegd. De uitspraak op bezwaar moet eveneens geacht te zijn gericht aan [C] BV. Ingevolge artikel 8.101, lid 2 BBES kan belanghebbende met betrekking tot de aanslag MRB 2018 dan geen beroep instellen. Het beroep is dus niet-ontvankelijk. Ten overvloede overweegt het Gerecht dat ingevolge artikel 8.115b, lid 1 BBES een bestuursorgaan (alleen) kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die een partij lijdt indien het Gerecht het beroep gegrond verklaart.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen