Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 augustus 2022, ECLI:NL:OGEABES:2022:13
Belanghebbende is makelaar en heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met X BV, op grond waarvan zij de opbrengsten delen. X BV factureert haar diensten en die van belanghebbende met 6% Algemene Bestedingsbelasting aan de klanten en zij maakt de left van de omzet over aan X BV. In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende ABB verschuldigd is nu reeds door X BV ABB is afgedragen over de door belanghebbende verrichte prestaties. Naar het oordeel van het Gerecht dient de samenwerkingsovereenkomst aangemerkt te worden als een partage-overeenkomst, hetgeen betekent dat belanghebbende ABB verschuldigd is over de bedragen die X BV aan belanghebbende in het kader van de samenwerkingsovereenkomst heeft betaald en dat de naheffingsaanslagen dus terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Subsidiair betoogt belanghebbende dat zij aangemerkt kan worden als commissionair in de zin van artikel 6.4, lid 2 BBES en dat de door haar verrichte diensten door toepassing van de commissionairsregeling vrijgesteld moeten worden. Het Gerecht verwerpt dit betoog, alleen al omdat belanghebbende niet als commissionair kan worden aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl