Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 mei 2019, ECLI:NL:OGEABES:2019:25
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft in zijn uitspraak van 18 april 2018, nrs. BON2016H00003, BON2016H00004 en BON2016H00005, ECLI:NL:OGHACMB:2018:50 geoordeeld dat met de nieuwe wetgeving de faciliteit van de tax-holiday is komen te vervallen, dat het de formele wetgever vrijstaat om naar eigen inzicht wetten te vervaardigen, dat het beroep op gerechtvaardigde verwachtingen faalt en dat het door belanghebbende gedane beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM niet slaagt. Gelet op voornoemde uitspraak kan belanghebbendes betoog dat de tax-holiday voor de jaren 2011 en 2012 moet worden gerespecteerd, niet slagen. Het appartementencomplex van belanghebbende kan niet als hotel in de zin van artikel 4.9 Belastingwet BES worden aangemerkt. De wetgever had een gerechtvaardigde doelstelling voor ogen bij het invoeren van het lagere belastingtarief voor hotels. Het lagere belastingtarief gaat ook niet verder dan voor het bereiken van deze op zichzelf gerechtvaardigde doelstelling nodig is. Dit leidt tot het oordeel dat geen sprake is van ongeoorloofde discriminatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl