Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 augustus 2018, ECLI:NL:OGEABES:2018:31
Voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De vraag die het gerecht diende te beantwoorden was of verzoeker bij terugkomst in zijn land van herkomst, Venezuela, een reële kans zou lopen te worden vervolgd of onderworpen aan foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Bij de beoordeling van de aanvraag van verzoeker heeft verweerder aannemelijk geacht dat een overval heeft plaatsgevonden in het huis van verzoeker en zijn partner, en dat verzoeker en zijn partner een aantal uren zijn ontvoerd. Verweerder heeft niet aannemelijk geacht dat paramilitairen hiervoor verantwoordelijk zijn. Naar het oordeel van het gerecht is verweerder er ten onrechte aan voorbij gegaan dat de ontvoering van verzoeker en zijn partner een wezenlijk element betreft dat verband houdt met de inbraak in de woning van verzoeker. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, acht het gerecht niet aannemelijk dat hetgeen verzoeker en zijn partner is overkomen gebruikelijke praktijk is in Venezuela. Verweerder heeft ten onrechte een essentieel element in het verhaal van verzoeker niet geloofwaardig geacht. De onmiddellijke uitvoering van het besluit zal voorts kunnen leiden tot onomkeerbare gevolgen. De uitvoering van het bestreden besluit wordt geschorst.
De uitspraak op rechtspraak.nl